Koppige pretparkbouwer Hennie van der Most centraal in nieuwe documentaire: Pretpark Hennie
Vandaag, 12.45 uur
Een onvoltooid pretpark, jaren van uitstel en een ondernemer die ondanks alles blijft doorbouwen. Dat is de kern van Pretpark Hennie, een nieuwe Nederlandse documentaire die eind januari in wereldpremière gaat op het International Film Festival Rotterdam. De film volgt de omstreden ondernemer Hennie van der Most, terwijl hij in Rotterdam werkt aan zijn grootste en mogelijk laatste project: het attractiepark Rivoli Rotterdam.
Van der Most bouwde zijn loopbaan op door leegstaande en afgeschreven gebouwen nieuw leven in te blazen. Opgekochte lege panden toverde hij om tot horecazaken of een amusementspark. Zo maakte hij van een oude kernreactor in Duitsland een pretpark, veranderde hij een leegstaand ziekenhuis in een hotel en bouwde hij Speelstad Oranje in een voormalige aardappelmeelfabriek.
Dat leverde hem een miljoenenvermogen op. In 2012 begon hij aan wat zijn kroonjuweel moest worden: een groots en toonaangevend pretpark aan de Rotterdamse Maashaven, op het terrein van een voormalige afvalverwerker. Het project kreeg eerst de naam Attractiepark Rotterdam en later Rivoli Rotterdam. Maar dertien jaar later is het park nog altijd niet open.
Faillissement
Volgens Van der Most zelf komt dat door bureaucratische rompslomp, terwijl de gemeente het vertrouwen opgaf na een reeks gemiste deadlines. Op dit moment stevent Rivoli af op een faillissement. In Pretpark Hennie volgt filmmaker Max Ploeg de ondernemer van dichtbij.
De documentaire laat zien hoe Van der Most toewerkt naar een geplande opening op zijn 75e verjaardag, terwijl geldgebrek, deadlines en conflicten zich opstapelen. Volgens de synopsis is het een "liefdevol en licht komisch portret van een koppige en vastberaden zakenman die ondanks alle tegenwerking zijn droom wil laten uitkomen".
Op televisie
De film, met de internationale titel Hennie's Theme Park, duurt 51 minuten. Tijdens het Rotterdamse filmfestival zijn er vier vertoningen, op vrijdag 30 januari en zaterdag 31 januari. In het voorjaar wordt de documentaire op televisie vertoond bij BNNVARA en de regionale omroep Rijnmond. De productie is in handen van de Haagse firma Captains.














