Abrupt gestopt: Spoorwegmuseum schrapt per direct alle voorstellingen en ontslaat tien medewerkers
Vandaag, 11.00 uur
Het Spoorwegmuseum in Utrecht heeft per direct een streep gezet door alle voorstellingen. Op donderdag 12 februari werd onaangekondigd gestopt met het volledige theateraanbod. Alle acteurs zijn boventallig verklaard. De ingreep maakt deel uit van een reorganisatie waarbij tien functies verdwijnen.
Medewerkers zijn donderdagavond tijdens een personeelsbijeenkomst geïnformeerd. Het museum kampt al jaren met financiële problemen. De kosten zijn gestegen, terwijl de inkomsten niet meegroeiden. Achterstallig onderhoud kan nauwelijks worden betaald. Om een faillissement te voorkomen, wordt de organisatie anders ingericht.
De voorstellingen in het Stoomtheater en de acts rond de Oriënt Express zijn met onmiddellijke ingang geschrapt. Daarmee komt na zo'n twintig jaar een einde aan het vaste entertainmentprogramma. Bezoekers zijn daar niet vooraf over geïnformeerd. Op de officiële website staan de dagelijkse speeltijden nog altijd vermeld.
Subsidies
Het museum wil zich nadrukkelijker richten op de kerntaak: museum zijn, met educatie als speerpunt. Daardoor kan aanspraak worden gemaakt op subsidies en fondsen die uitsluitend bedoeld zijn voor museale activiteiten.
Naast het vervallen van tien functies ontstaan zeventien nieuwe banen binnen de aangepaste organisatie. Of de getroffen medewerkers daarvoor in aanmerking komen, wordt nog besproken. De overige ruim honderd werknemers behouden hun baan, maar krijgen een nieuwe functieomschrijving.
Vakbond
Vakbond FNV heeft een sociaal plan goedgekeurd waarin de gevolgen van de reorganisatie zijn vastgelegd. Het Spoorwegmuseum wil inhoudelijk niet reageren en geeft aan eerst gesprekken met het personeel te voeren.
De koerswijziging volgt op eerdere veranderingen binnen de organisatie. In november werd al aangekondigd dat de interne structuur op de schop zou gaan en dat de samenwerking met de Vrienden van het Spoorwegmuseum per 2027 wordt beëindigd. Daarbij stelde de directie dat kerntaken zoals educatie, onderhoud en fondsenwerving onder druk waren komen te staan.
















